Karin Harmsen

Zitvolleybal

Naam: Karin Harmsen
Geboortedatum: 11 maart 1962
Woonplaats: Leersum
Werk: Fulltime atleet
Sport: Zitvolleybal
Prestaties: OS zilver (2004); OS brons (2008); WK goud (2000, 2002, 2006); EK goud (2003, 2005, 2007, 2009); EK zilver (2011);

Gekwalificeerd tijdens:
het Europees kampioenschap in Nederland met een tweede plaats (november 2011)

Wedstrijddata tijdens de Spelen:
- 31 augustus, 20.00, NED-JAP
- 1 september, 17.00, GBR-NED
- 2 september, 12.00, NED-UKR
- vanaf 3 september vervolgrondes


Een moeder van het team, zo zou je Karin Harmsen kunnen noemen. Met haar vijftig jaar is de zitvolleybalster uit Leersum één van de meest ervaren speelsters uit het Nederlands zitvolleybalteam. Na de Paralympische Spelen van 2008 stopte ze al even, maar na ruim anderhalf jaar afwezigheid kwam ze toch weer terug. De Spelen in Londen worden echt haar laatste kunstje, zegt ze. “Dan is het gewoon echt genoeg geweest. Ik heb ontzettend lang van zitvolleybal kunnen genieten en doe dat nog steeds, maar op een gegeven moment is het echt klaar.”

Karin Harmsen kreeg sport met de paplepel ingegoten. Met een sportieve vader en moeder was het niet meer dan logisch dat ook zij ging sporten. Op haar tiende begon ze met volleyballen. Dat deed ze tot haar 34ste, toen sloeg het noodlot toe. “In de laatste competitiewedstrijd kwam ik na een sprong verkeerd terecht en scheurde ik al mijn banden in mijn linkerknie af. Ik voelde gelijk dat het afgelopen was. Ik had nooit verwacht dat ik ooit weer zou kunnen volleyballen.”

Van volleybalster tot zitvolleybalster
Maar toch kan ze na een tijdlang revalideren weer volleyballen. Op een andere manier, dat wel. “Vlak na de laatste wedstrijd hadden we bij de club een seizoensafsluiting. Daar kwamen zitvolleyballers een demonstratie geven. Na die demonstratie vroegen ze aan mij wat ik had. Toen ik het verhaal vertelde, zeiden ze: “Je moet ook eens gaan zitvolleyballen.” Eerst had ik echt zoiets van nee, dat is niks voor mij. Uiteindelijk ben ik toch een keer gaan kijken in Utrecht, heb ik meegedaan en toen was ik verkocht.”
De volleybalster uit Leersum werd al vrij snel bij het Nederlands team gevraagd, maar toch was de overstap van volleybal naar zitvolleybal niet zo makkelijk. “Ik heb er nog ruim een jaar over gedaan om het zitvolleybal echt goed onder de knie te krijgen. Bij volleybal doe je alles met je benen. Bij zitvolleybal mag dat niet. Je moet altijd met je billen of onderrug contact houden met de vloer. Dan riep ik weleens dat ik die bal voor mij was en dan dacht ik een fractie van een seconde later: “Shit joh, ik ben er nog niet.” Je moet snel schakelen tussen verplaatsen, op tijd onder de bal komen en een goede pass afleveren. Dat doe je allemaal met je armen en schouders. Zo makkelijk is dat echt niet.”

Prijzenkast om jaloers op te zijn
Inmiddels heeft Harmsen het spelletje allang onder de knie en bezit ze een prijzenkast waar menig sporter jaloers op is. Van teamprijzen tot individuele prijzen, Harmsen heeft ze bijna allemaal. “Ik heb met het Nederlands team EK’s, WK’s en World Cups gewonnen. Ik heb Paralympisch zilver en brons gewonnen. Alleen die gouden medaille mist nog. Dat is het doel voor Londen. Die gouden medaille halen.”

Handvaten en richtlijnen
Om in Londen alles er uit te halen wat er in zit, krijgen de zitvolleybalsters mentale trainingen. Na een mislukt wereldkampioenschap in 2010 moest er iets gebeuren. “We hadden goed getraind en gingen er vol vertrouwen naar toe, maar op het WK ging het niet. Natuurlijk heeft iedereen weleens een mindere dag, maar dat toernooi leek iedereen er helemaal uit te zijn. We stagneerden. De mentale trainingen die we nu hebben helpen om goed te presteren. Je hebt handvaten en duidelijke richtlijnen om je aan vast te houden als even een dipje hebt. Dat is fijn.”

Daarnaast zijn de mentale trainingen ook goed voor het teamgevoel volgens Harmsen. “Je leert elkaar beter begrijpen. Iedereen is anders en iedereen reageert anders. De ene barst in lachen uit als ze een bal verkeerd passen en de ander wordt boos op zichzelf. Iedereen doet het op zijn eigen manier. Door die sessies accepteren we elkaar nog meer. Daarnaast weten we ook wat we aan elkaar hebben. Wat werkt voor jou, wat werkt voor mij? Dat is in een team toch belangrijk om te weten. Je moet het straks met elkaar doen, niet alleen.”

In Londen moet alles samenvallen. “Ik zet in op goud. Ik geloof dat dat kan. China, Amerika, en Oekraïne zijn onze belangrijkste concurrenten, maar ik ben niet bang. Als wij in dezelfde flow zitten die we op het EK hadden. Dat we vanaf het begin er bovenop zitten, dan kunnen wij iedereen aan. Zolang er nog geen bal gespeeld is, kan iedereen winnen. Waarom zou je dan inzetten op zilver of brons. Ik pas mijn doelstelling in Londen wel aan als ik zie dat goud echt onmogelijk is.”