Dennis Straatman

CP-voetbal

Naam: Dennis Straatman
Geboortedatum: 25 februari 1987
Woonplaats: Amsterdam
Studie: Sportmarketing
Sport: CP-voetbal
Eerdere deelname: Beijing 2008

Gekwalificeerd tijdens: WK CP-voetbal in Nederland door een vijfde plek (juli 2011).

Wedstrijddata tijdens de Spelen: 
- 1 september, 12.15, Nederland - Iran
- 3 september, 17.15, Nederland - Rusland
- 5 september, 12.15, Argentinië - Nederland
- 7 september, vanaf 10.00, kruisfinales en plaatsen 5-8 
- 9 september, vanaf 09.30, finale, om brons en plaatsen 5-8 

Zoals ieder jongetje begint Dennis Straatman ook op jonge leeftijd met voetballen. Nee, niet op straat. Gewoon meteen bij een club. “Ik ging kijken en dat vond ik wel leuk. Zo ben ik erbij gebleven.” De stap naar CP-voetbal was wel even iets anders. Bondscoach Marcel Geestman zag de boomlange man uit Deventer voetballen en dacht dat hij misschien wel in aanmerking zou komen voor het CP-team. “Dat was heel vreemd”, zegt Dennis. “Ik wist dat er problemen waren geweest bij mijn geboorte, maar had niet het idee dat ik echt iets mankeerde. Ik heb er in elk geval niets van gemerkt. Het voelt alsof je ervoor ‘kiest’ om gehandicapt te zijn.”

Ook teamfysiotherapeut Tjeu Scholtes, die bij ons in de dug-out is komen zitten, kan het zich nog goed herinneren. “Je moet iemand die nooit het idee heeft dat hij gehandicapt is, vertellen dat hij het tóch is”, vertelt hij. “Dat kan heel vreemd overkomen. Maar naar dat soort spelers zijn we wel op zoek. Goede voetballers, die wél gehandicapt zijn, maar bij wie het nagenoeg niet tot uiting komt.” En zo werd Dennis een gewaardeerd lid van Oranje. Tjeu durft het stelliger te zeggen: “Hij is onze beste man. Simpel. Punt uit.”

Ideaal en vreemd
Kort voor de Paralympische Spelen van 2008 kwam Dennis bij het team. Eigenlijk een ideaal moment, erkent hij nu. Maar net zo goed heel vreemd. Pas vlak voor de Spelen wordt hij gekeurd en komt hij in de categorie CP8 terecht. “De aanloop naar dat toernooi was heel vreemd. Je hebt je niet gekwalificeerd, dat heeft iemand anders gedaan”, zegt Dennis. “Maar je gaat wél naar Beijing. Bij een individuele sport zou dat nooit kunnen, maar in teamverband wel.”

“In 2008 was het toeval”, vervolgt hij. “Ik moest heel erg wennen aan het vele trainen, ik moest ineens op mijn voeding letten en krachttraining doen. Ik moest me allerlei dingen eigen maken in een halfjaar, omdat het belangrijkste toernooi eraan kwam. Nu is dat anders. Ik was erbij op het WK, waar we ons gekwalificeerd hebben. Ik heb een bijdrage gehad in die kwalificatie en sinds dat moment werken we samen toe naar de Spelen. Je beleeft het een stuk bewuster. Nu is het normaal dat je leeft als een topsporter.”

Zijn rol is niet veel anders geworden in die vier jaar. Als middenvelder is Dennis een echte teamspeler. “Ik scoor wel redelijk wat voor een middenvelder”, moet hij ook erkennen. “Maar ik ben toch liever een spelverdeler. Je bent op het middenveld toch de verbindende factor tussen verdediging en aanval.” Door zijn studie aan de Johan Cruijff University kan hij sport en studie goed combineren. “Die studie is er speciaal voor sporters, dus dat is prettig. Ik ben bijna klaar met afstuderen en het is goed te combineren. Je krijgt tijd en ruimte om toe te werken naar een evenement.”

Beleving
Na de Spelen van Beijing verwacht Dennis in Londen een soortgelijke ervaring. Met één belangrijk verschil: de beleving. Hij vertelt: “In China werden de gehandicapte sporters er ineens bij getrokken, terwijl Groot-Brittannië het gehandicaptensportland bij uitstek is. Daar ‘hoort’ gehandicaptensport er gewoon bij, het is geaccepteerd. Er is ontzettend veel media-aandacht; niet voor niets was er concurrentie tussen BBC en Channel 4 over de uitzendrechten. Volgens mij was die strijd er nog nooit, in geen enkel land. Dat is alleen maar goed voor onze sport.”

Sportief is het doel helder: een plekje in de halve finale. “Dat gaat erg moeilijk worden, maar het is zeker mogelijk als we allemaal een goede dag hebben tegen Iran en Rusland”, analyseert Dennis de eerste twee tegenstanders. “Het vreemde voor ons is wel dat wij meteen twee finales spelen. Dat maakt het een apart toernooi; we móeten er meteen staan.” De laatste oefenduels en de scherpe trainingen geven Dennis vertrouwen. Helaas zijn alle teams sterker geworden, dus blijft het spannend. “In het ‘normale’ voetbal is het te vergelijken met een poule met Brazilië en Duitsland; de poule des doods. Maar als we daar doorheen kunnen komen, is álles mogelijk.”