Logo NOC 1913 200x150 NOC 1913-1915 1915

NOC 1913-1915

Logo NOC 1913
Op de algemene vergadering van 1 maart 1913 wordt het eerste bestuur van het NOC gekozen: F.W.C.H. baron van Tuyll van Serooskerken (voorzitter), C.A.W. Hirschman (secretaris-penningmeester), W.H. Pieper (tweede voorzitter), A.E.W. de Jong en Joh. Heynen (commissarissen).

De contributie per lid (bond)wordt vastgesteld op 50 gulden per jaar. Tot ereleden van het NOC worden benoemd de minister van Oorlog, H. Colijn, voor de aandacht die hij heeft betoond voor de lichamelijke opvoeding en de sport en mevr. I.C. Beukema toe Water. Laatstgenoemde heeft het NOC een bedrag geschonken van 10.000 gulden ter vorming van het Karel-Beukemafonds. De rente daarvan dient te worden gebruikt voor uitzending van Nederlandse sportlieden naar het buitenland.

Er wordt een medische commissie gevormd, bestaande uit de artsen Lingbeek, Meyers en Van der Minne, 'om een aantal lichaamsoefeningen samen te stellen welke door iedereen dagelijks zouden kunnen worden uitgevoerd in betrekkelijk korte tijd, zeg tien tot vijftien minuten.'

Tot het NOC treden toe: de Nederlandsche Hockeybond, de Nederlandsche Cricketbond, de Nederlandsche Zwembond en de Nederlandsche Wielerbond.

Op de algemene vergadering van 1915 uit het NOC zijn tevredenheid over de vorderingen van de afgelopen twee jaar.

'Hoewel het zich aanvankelijk liet aanzien, dat door en gedurende den oorlog onze beweging een geduchten klap zou krijgen, heeft zich een en ander geheel anders ontwikkeld dan de algemeene verwachting was. De verspreiding van lichaamsoefeningen bij onze weermacht toch heeft groote en zelfs ongedachte ontwikkelingen aangenomen. Enerzijds is dit veroorzaakt door de groote behoefte aan ontspanning voor de militairen, anderzijds heeft zich gedurende de oorlogstoestand in vrijkorten tijd een proces voltrokken, waarvoor men jaren van aanhoudenden arbeid nodig achtte, te weten het doen erkennen door alle militaire autoriteiten van de hooge waarde van sport en spel, waardoor zoowel de vorming van lichamelijk vaardige soldaten als het aanmoedigen van een opgewekten geest bij Leger en Vloot gediend zijn.'

Het NOC wijst er op dat er nog veel moet gebeuren: van de gekeurden in de laatste lichtingen is ruim 40 procent afgekeurd voor de dienst. Het NOC vraagt de regering een subsidie van 25.000 gulden voor de bevordering der lichamelijke ontwikkeling. Het ministerie van Binnenlandse Zaken beschikt afwijzend.

Het ledental van het NOC wordt uitgebreid door de toetreding van de Koninklijke Vereeniging van Nederlandsche Scherpschutters. De Nederlandsche Schaatsenrijdersbond wil alleen lid worden als het schaatsen in het Olympisch programma wordt opgenomen.

Op 11 september 1915 voegt het NOC aan zijn naam toe: Federatie voor Lichaamsvaardigheid, om nogmaals te benadrukken dat het 'een algemeene sportfederatie is en een centrale voor de behartiging van de belangen van de lichamelijke opvoeding.' Bij het publiek leeft het hardnekkige misverstand dat het NOC alleen maar tot taak heeft deelnemers aan de Olympische Spelen uit te zenden.

Tot erelid wordt benoemd drs. C.J.K. van Aalst, president van de raad van commissarissen van de NV Mij Het Nederlandsch Sportpark, die in Amsterdam het eerste stadion in Nederland heeft gebouwd. 

Bron:
  • Kroniek Olympische Spelen, NOC 75 (Elsevier 1987)

Reageer op dit bericht

Naam
E-mail
Reactie
Deel dit via:

#Sporthistorie