Nationale Olympische Spelen 1916 200x150 NOC 1915-1917 1917

NOC 1915-1917

Nationale Olympische Spelen 1916 210x280

De aandacht van het NOC gaat in de beginjaren uit naar het propageren van de lichamelijke opvoeding in Nederland, want daarmee is het droevig gesteld. Op het gebied van sportaccommodaties heersen hier 'achterlijke toestanden'.

Als gevolg van de Eerste Wereldoorlog gaan de Olympische Spelen van 1916, die waren gepland in Berlijn, niet door. Op initiatief van baron van Tuyll worden ter stimulering van de Nederlandse sport Nationale Olympische Spelen gehouden, waarvan het financiële risico wordt gedragen door de NV Mij Het Nederlandsch Sportpark. De wedstrijden, vrijwel alle in Amsterdam, hebben plaats in de periode eind augustus-begin september en bevatten de volgende takken van sport: atletiek, boksen, cricket, gewichtheffen, golf, hockey, honkbal, kaatsen, korfbal, tennis, roeien, schermen, schieten, voetbal, wielrennen, worstelen, zeilen en zwemmen.

Sportief en organisatorisch zijn de Spelen een succes, maar het weer is op een aantal dagen slecht, waardoor het bezoek nogal tegenvalt. Er is na afloop een tekort van 9000 gulden.

Bij het NOC sluiten zich opnieuw twee bonden aan: de Vereeniging van Gymnastiek Onderwijzers in Nederland en het Nederlandsche Golf Comité. In het bestuur van de sportkoepel volgt jhr. W. Six W.H. Piepers op als tweede voorzitter; Kapitein P.W. Scharroo wordt in het bestuur gekozen in plaats van de aftredende A.E.W. de Jong. Tot ereleden worden benoemd: minister E.J.J. Rambonnet van Marine, de opperbevelhebber van Land- en Zeemacht, generaal C.J.Snijders en generaal-majoor A.R. Ophorst, 'voor de krachtdadige wijze, waarop zij onzen arbeid steunden.'

De belangstelling voor de Vaardigheidsproeven (met als verplichte onderdelen lopen, springen, zwemmen, klimmen, uithoudingsvermogen en zelfverdediging) is nog aan de beperkte kant: enkele tientallen wagen zich er aan, voornamelijk militairen. De minister van Marine bepaalt dat het personeel van de zeemacht dat de proeven met succes aflegt, gedurende vijf jaar een toelage van 100 gulden wordt toegekend.

Het NOC organiseert voor het eerst een vijfkamp voor officieren, bestaande uit de nummers schieten, zwemmen, schermen, granaatwerpen en veldloop. Van de tweeëntwintig deelnemers halen vijf de normen voor het diploma.

Het NOC is allesbehalve te spreken over de lichaamsoefeningen op de scholen. Er bestaat nog steeds geen evenwicht tussen lichamelijk en geestelijk onderwijs. Daarvoor zijn ook meer zalen en velden nodig en veelzijdiger geschoolde leerkrachten. Het sportleven aan de universiteiten acht het NOC 'in een zeer achterlijk stadium.’ Lof is er voor het gymnasium in Deventer dat het zwemonderricht verplicht heeft voorgeschreven.

In 1917 bestaat het NOC vijf jaar. De vereniging viert het eerste lustrum zonder ophef. Op voorstel van de Voetbalbond bieden de leden aan voorzitter Van Tuyll als blijk van dankbaarheid het erelidmaatschap aan. De Nederlandsche Roeibond en de Vereeniging De Nederlandsche Padvinders sluiten zich als nieuwe leden bij het NOC aan. 'De aansluiting van de padvinders juichen wij ten zeerste toe, omdat zij in ons midden een brug leggen tussen de lichamelijke en karakteropvoeding.' De Koninklijke Nederlandsche Zeil- en Roeivereeniging die tot dusver de belangen van zeil- en roeisport behartigde, zal nu alleen als leidend lichaam voor het zeilen optreden.

Het NOC neemt verder met genoegen kennis van de uitbreiding van het leerplan voor de lichaamsoefeningen voor hbs-leerlingen en van de herziening van de programma's voor de examens van de gymnastiekakten lager en middelbaar onderwijs. Van de door de regering ingestelde Commissie van Advies voor de Lichamelijke Opvoeding wordt baron van Tuyll voorzitter.

Ook is het NOC zeer te spreken over het feit 'dat bij deze regelingen ook aan het vrouwelijk geslacht gedacht is; het is toch duidelijk, dat de lichamelijke oefening van de moeders voor het toekomstige Nederland zoowel voor henzelf van belang is als dat het de lichamelijke oefening hunner kinderen zeer in de hand zal werken.'

De vijfkamp voor officieren wordt dat jaar voor de tweede keer gehouden. Er zijn slechts zesentwintig deelnemers (terwijl het officierskorps 4500 man telt), van wie drie het diploma verwerven. Aan de Vaardigheidsproeven nemen zesentachtig personen deel.  

Lees ook: 

Bron:

  • Kroniek Olympische Spelen, NOC 75 (Elsevier 1987)

Reageer op dit bericht

Naam
E-mail
Reactie
Deel dit via:

#Sporthistorie