Tenue Paavo Nurmi 200x150 NOC 1917-1920 1920

NOC 1917-1920

1917-18 
'De lange duur van de oorlog begint schaduwen te werpen', aldus het NOC in het jaarverslag. 'De algemeene en geleidelijke verarming der massa wekt de vrees dat mettertijd nieuwe moeilijkheden zullen ontstaan bij de verkrijging der gelden die voor het vooruithelpen onzer beweging onontbeerlijk zijn.' 

Het bestuur van het NOC benoemt een commissie om de lichaamsoefeningen op het platteland en in kleine gemeenten te verbreiden. 'De arbeid die deze commissie te verrichten heeft, zal pioniersarbeid zijn.' 

De eerste vrouw legt met succes de Vaardigheidsproeven af: mej. C.M. Crena de Jongh.

1918-19
In november 1918 is de Eerste Wereldoorlog eindelijk voorbij. 'Wij staan', aldus het NOC 'aan den morgen van een nieuw tijdperk van opbouw en die omstandigheden mogen wij als een voor onze beweging zeer gunstige achten.' 

De regering trekt een bedrag van 100.000 gulden uit ter subsidiëring van de aanleg en inrichting van speelterreinen. Het NOC vindt het bedrag in vergelijking met de behoefte zo klein dat het 'meer als een pro-memorie post te beschouwen is.' Maar het is in elk geval een begin. Volgens het NOC dringt het meer en meer tot de overheid door hoe 'achterlijk' men in Nederland is gebleven op het gebied van sportvelden, zalen en zwembaden. In de grote steden zijn gigantische tekorten. Een schrijnend voorbeeld: een stad als Den Haag moet het doen met één zwembassin voor mannen en één voor
vrouwen. 

De vijfkamp voor officieren ondervindt in sterke mate de gevolgen van de demobilisatie. Het aantal deelnemers daalt van zesentwintig naar tien, van wie vijf aan de diploma-eisen voldoen. 

De Nederlandsche Kaatsbond treedt toe tot het ledenbestand van het NOC. De tweede voorzitter van het NOC, jhr. W. Six, treedt af. In de vacature wordt niet voorzien. Mr. L.H. Feschotte wordt als commissaris toegevoegd aan het bestuur van het NOC.

1919-20
Voor de uitzending van deelnemers aan de Olympische Spelen in Antwerpen stelt de Nederlandse regering 10.000 gulden beschikbaar. De regering besluit tot stichting van een Centraal Instituut voor de Lichamelijke Opvoeding in Utrecht, al jaren de hartenwens van het NOC. Het instituut zal een nieuwe categorie wetenschappelijk onderlegde leraren in de lichamelijke opvoeding afleveren.

Het NOC benoemt een Comité van Actie onder voorzitterschap van baron Van Tuyll om zich te keren tegen de zondagswet 'die een zeer gevoeligen knak dreigt toe te brengen aan veel wat door jaren moeizaam arbeid en strijd is verkregen.'

Met voldoening stelt het NOC vast dat een groot aantal gemeenten is overgegaan tot het aanleggen van sportvelden en zwembaden. Amsterdam stelt hiervoor 600.000 gulden beschikbaar.

Herindeling van de Vaardigheidsproeven. Voor mannen zeven verplichte proeven (lopen, springen, werpen, zwemmen, klimmen, uithoudingsvermogen, zelfverdediging), voor vrouwen vijf en voor scholieren boven de zeventien jaar zes. 

Bron:
  • Kroniek Olympische Spelen, NOC 75 (Elsevier 1987)

Reageer op dit bericht

Naam
E-mail
Reactie
Deel dit via:

#Sporthistorie