Cartoon Comité 1928 200x150 NOC 1924-1926 1926

NOC 1924-1926

Cartoon Comité 1928 210x300
1924-25
In de voorzittersvacature wordt na veertien maanden voorzien door de verkiezing van mr. A. baron Schimmelpenninck van der Oye op de buitengewone algemene ledenvergadering van 6 april 1925. Hij neemt tevens het voorzitterschap van het Comité 1928 op zich. Dat jaar krijgt hij ook zitting in het IOC.

De Tweede Kamer wijst een regeringsvoorstel af om gedurende vier jaar een subsidie van in totaal een miljoen gulden beschikbaar te stellen voor de financiering van de Spelen van 1928. Het NOC spreekt zijn bevreemding uit over de inhoud van de parlementaire discussie: 'Men vond er aanleiding in een theologisch debat te openen, hetwelk niet naliet de verbazing te wekken in de overige wereld, ook van zeer vele geestelijken. Wederom bleek duidelijk, hoe een groot deel onzer parlementsleden nog geen flauw besef bezat van de beteekenis onzer beweging voor de cultuur van onzen tijd, en de belangrijke plaats die zij reeds verworven heeft.'

Dat het Nederlandse volk het bedrag in een spontane opwelling wel bijeenbrengt, stemt het NOC tot grote voldoening. 'Achteraf gesproken behoeft de gang van zaken ons allerminst te bedroeven en het is niet gewaagd te beweren dat het bijna niet beter en voordeeliger voor ons land had kunnen loopen.'

De NOC-commissie voor de schooljeugd zegt vooruitgang te boeken. Met name de Voetbalbond, de Korfbalbond, de Atletiek Unie, de Honkbalbond en het Gymnastiek Verbond leveren 'vruchtbaar werk'. De Zwembond heeft steeds meer succes met zijn acties het zwemmen op te nemen in het programma van de lagere scholen.

Een verzoek tot toelating van de Nederlandsche Schaakbond wordt afgewezen. De Koninklijke Nederlandsche Amateur Schermbond komt wederom in het bezit van de Van Tuyll-beker.

1925-26
'Een rustig jaar', aldus het jaarverslag van het NOC. Alle aandacht is gericht op het werk voor de Spelen van 1928. Westerouën van Meeteren trekt zich, in verband met zijn militaire carrière, terug uit het Comité 1928. W. Graaf van Bylandt wordt als adjunct-secretaris aan het Comité toegevoegd.

Op 18 juli 1926 overlijdt het NOC-bestuurslid en lid van het 'Comité 1928' mr. L.H. Feschotte. Vooral op het gebied van de Vaardigheidsproeven heeft hij jarenlang zeer veel werk verzet. Dr. J.Th. de Visser, oud-minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, wordt tot erelid van het NOC benoemd voor de wijze waarop hij zich heeft ingespannen om overheidssteun te verlenen aan de Spelen van 1928.

Het NOC komt tot de overtuiging dat het zijn werk zowel moet verbreden als verdiepen. 'De mentaliteit, die zich zoo nu en dan bij sommige sportgebeurtenissen openbaart, is van zulk een aard, dat zij met geen mogelijkheid in overeenstemming is te brengen met het begrip sportiviteit. Wij meenen dan ook, dat sommige onzer nationale sportbonden de paedagogiek van het sportwezen als vanzelf op hun werk programma zullen vinden.' 

De Nederlandsche Kegel Bond wordt tot het NOC toegelaten. De Nederlandsche Roeibond en de Nederlandsche Hippische Sportbond ontvangen de Van Tuyll-beker voor het jaar 1924.

Afbeelding: Het Comité 1928, dat de organisatie van de Spelen ter hand nam. Bovenste rij v.l.n.r.: Scharroo, Waller, Coblijn. Midden: Van Rossem, Van Doorn, Warner, Schimmelpenninck van der Oye. Onder: Van Holkema, Maris, Hirschman.

Bron:

  • Kroniek Olympische Spelen, NOC 75 (Elsevier 1987)
  • Afbeelding: collectie sporterfgoed NOC*NSF

Reageer op dit bericht

Naam
E-mail
Reactie
Deel dit via:

#Sporthistorie