Jelmar Bos

Atletiek

Naam: Jelmar Bos
Geboortedatum: 31 augustus 1990
Woonplaats: Lelystad
Werk: Fulltime sporter
Sport: Atletiek, T37
Prestaties: EK zilver 100m (2012)

Gekwalificeerd tijdens:
het Europees kampioenschap in Stadskanaal op de 100m in 12.15 sec. (juni 2012)

Wedstrijddata tijdens de Spelen:
- 8 september, 11.00, series
- 8 september, 20.12, finale


Drie jaar geleden zat hij nog in het nationale CP-voetbalteam. Maar de bondscoach zette de snelle Jelmar Bos op een andere plek in het veld, waardoor zijn kansen op speelminuten flink slonken. Hij stopt en een half jaar zet hij de bloemetjes buiten. Totdat hij met een longontsteking in het ziekenhuis belandt en met zijn neus op de feiten wordt gedrukt. “Dat was het moment dat ik dacht: wat wil ik nu? Ik heb zoveel talent, dat wil ik ergens in kwijt kunnen.”

In een gesprek met André Cats, Chef de Mission van het Paralympische team in Londen, werd hem verteld dat hij twee goede opties in de sport had: atletiek en tafeltennis. “Ik heb toen een keer een 100 meter gelopen en ik wist gelijk: dit gaat hem worden. Ik wist altijd al wel dat ik snel was, maar nu pas let ik ook op techniek. Hoe ik mijn voeten neer zet, hoe ik mijn armen moet houden, dat soort dingen. Het is zo gaaf om met zijn achten in die startblokken te zitten en tegen elkaar te racen…”

“Een 100 meter is niet zo moeilijk”
Zijn ontwikkeling op het sprintnummer gaat net als het onderdeel zelf razendsnel. Binnen een jaar scherpt hij zijn persoonlijke record met een seconde aan. En ineens is Londen in zicht. “Ik kwam in 2011 heel dichtbij het limiet voor de Paralympische Spelen. Vanaf dat moment hebben mijn trainer en ik gezegd: ‘Kijken of we dat limiet kunnen halen.’ Ik had wel verwacht dat ik het zou kunnen halen, maar die 11.87 seconde aan het einde van het seizoen had ik nooit verwacht.”
Een hele snelle tijd, maar als je Bos zo op het eerste oog ziet, lijkt hij niet bepaald op een sprinter. Doordat zijn lichaam bij zijn geboorte vol met kankercellen zit, heeft zijn lichaam zich mede door de chemokuren en bestralingen anders ontwikkeld. Maar ook zonder grote spierballen kan de atleet ontzettend hard rennen. “Toen ik net begon zei iemand tegen mij: De 100 meter is niet zo moeilijk. Je moet gewoon je ene voet zo snel mogelijk voor je andere voet neerzetten. Blijkbaar kan ik dat heel goed. Ik heb een hele hoge frequentie, waardoor ik een 11.8 kan lopen.”

Het Wilhelmus
In 2010 werd Jelmar Bos al wereldkampioen bij de junioren. Daar hoorde hij voor het eerst het Wilhelmus voor zich spelen. “Dat was zo gaaf en zo bizar. Sta je daar, op de hoogste trede, en dan klinkt het Wilhelmus voor jou. Dat is 20.000 keer mooier dan een avondje stappen.”

Of het Wilhelmus ook in Londen voor hem klinkt, durft hij niet te zeggen. “Ik sta nu achtste van de wereld ongeveer. Het deelnemersveld zit drietiende van een seconde van elkaar af. Alles is dus mogelijk. Zeker in een finale. Op het EK afgelopen juni stond ik in de finale van de 100 meter en daar werd twee keer vals gestart. Dan moet je met een hele hoge hartslag toch nog een goede race lopen. Dat ik als tweede eindigde, daar was ik heel blij mee.”

Als je wint, heb je vrienden
Alles is dus mogelijk. Daarom is het doel van Bos niet een medaille, maar zijn beste race ooit lopen. “Het gaat dit jaar maar om één wedstrijd. De Paralympische Spelen. Mijn tijden zijn dit seizoen nog niet heel snel, maar ook niet heel langzaam. Als ik in Londen een supertijd neerzet, dan kijkt niemand daar meer naar.”

Dat is ook het magische van de Spelen volgens de sprinter. “Als iemand van een redelijk onbekende sport ineens goud wint, dan staan we allemaal te springen op de bank. Dat is wel echt waar, als je wint heb je vrienden. Ik weet gelukkig wie mijn echte vrienden zijn en wie mij altijd hebben gesteund. Die zitten straks ook op de tribune als ik de 100 meter loop.”


Volg Jelmar Bos via:

Twitter: @jelmarbos
Facebook: facebook.com/jelmarbos