Boccia kan in principe door iedereen worden gespeeld. Spelers met onvoldoende gooikracht kunnen gebruik maken van een goot als hulpmiddel.

Boccia kan in principe door iedereen worden gespeeld. Spelers met onvoldoende gooikracht kunnen gebruik maken van een goot als hulpmiddel. Boccia kan daardoor ook gespeeld worden door mensen met een zware lichamelijke handicap.

In Nederland wordt boccia in vijf klassen gespeeld:

  • BC1 spelers met een zware spastische aandoening
  • BC2 spelers met spastische aandoening
  • BC3 spelers zonder werpfunctie die gebruik maken van een goot
  • BC4 rolstoelgebonden spelers die niet vallen onder BC1 en BC2
  • open klasse, voor iedereen die graag boccia wil spelen

Door middel van een toss wordt bepaald wie er als eerste de witte bal mag spelen en in welk vak je moet staan. De witte bal wordt in het veld geworpen en dezelfde speler probeert zijn gekleurde bal zo dicht mogelijk bij de witte bal te spelen. Daarna is de tegenpartij aan de beurt. Hierna moet de partij gooien die het verst van de witte bal vandaan ligt. Deze partij moet net zolang gooien tot het lukt om één van zijn ballen dichterbij de witte bal te spelen dan de tegenpartij enz. Indien de witte bal tijdens het spel uit het veld wordt gekaatst, wordt de witte bal teruggelegd op een aangegeven centrale plaats in het veld (op het kruis) en daarna gaat het spel verder met de partij die op dat moment het verst van de witte bal vandaan ligt. Ballen die de zijlijn raken of erbuiten liggen, zijn uit en worden in een mand aan het einde van het veld gelegd.

Boccia kan zowel recreatief als in wedstrijdverband worden gespeeld door twee individuen: 1 tegen 1 of in teamverband: 2 tegen 2 (met een goot) of 3 tegen 3. Recreatief kan het zowel binnen als buiten worden gespeeld. In competitieverband wordt boccia binnen gespeeld op een speciaal uitgelijnd veld.

De ideale ruimte om boccia te spelen is een harde, egale vloer. Een officieel bocciaveld is 12,5 bij 6 meter. Bij recreatieve wedstrijden en trainingen kan de breedte en diepte worden aangepast aan de groep of aan de individuele wensen. Het spel wordt gespeeld met dertien kneedbare, met leder overtrokken ballen: zes rode, zes blauwe en één witte bal. De ballen wegen ongeveer 290 gram en hebben een doorsnede van 82 millimeter. Voordat men boccia gaat spelen, moet een speler ontdekken wat de beste methode is om de bal te werpen; met de hand (boven- of onderhands), met de voet of met een hulpstuk (een goot).